Behandeling thuisbeademing stagneert

Op woensdag 28 maart wordt in conferentiecentrum Soesterduinen in Soest een werkconferentie gehouden over thuisbeademing. Een belangrijk thema tijdens de conferentie vormt de stagnatie in de zorg voor mensen met thuisbeademing. Capaciteitsproblemen in ziekenhuizen, verpleeghuizen en in de thuiszorg leiden ertoe dat mensen soms maandenlang ten onrechte op de intensive care liggen.

De werkconferentie is een initiatief van de Vereniging Samenwerkingsverband Chronische Ademhalingsondersteuning. In deze vereniging werken patixebntenorganisaties en hulpverleners samen om de mogelijkheden van thuisbeademing optimaal te benutten. Voor veel mensen met een spierziekte, een hoge dwarslaesie of COPD is thuisbeademing van groot belang. Zo leven jongens met Duchenne bijvoorbeeld vele jaren langer door thuisbeademing.

Knelpunten in de zorg
Op verschillende plaatsen in de zorgketen is er een tekort aan capaciteit om patixebnten goed te kunnen behandelen. Zo hebben de vier centra voor thuisbeademing te weinig capaciteit om patixebnten de noodzakelijke zorg te bieden. Verpleeghuizen hebben vaak geen bedden om patixebnten met beademing op te vangen, waardoor patixebnten noodgedwongen in een ziekenhuis blijven. Ook de doorstroming naar de eigen woning is vaak problematisch, omdat de thuiszorg onvoldoende ondersteuning kan bieden. De Centra voor Thuisbeademing hebben niet de capaciteit om voldoende begeleiding te bieden de eerste weken na thuiskomst. Verder is er een gemis aan plaatsen in verpleeghuizen voor jonge kinderen die beademd worden. Deze knelpunten komen voor een deel voort uit een tekort aan geld. Sommige knelpunten kunnen ook worden opgelost door de zorg anders te organiseren, bijvoorbeeld door per regio te werken met verpleeghuizen die zich specialiseren in de opvang van mensen met beademing.

Werkconferentie
Deze knelpunten vormen een belangrijke aanleidingen voor deze conferentie. Daarnaast wordt gesproken over bijvoorbeeld uniformiteit van handelen (krijgt de patixebnt overal dezelfde zorg), het probleem met verschillende financieringsregelingen en problemen rond de zorg in Focuswoningen.
De conferentie wordt bezocht door longartsen, neurologen, revalidatieartsen, patixebntenvertegenwoordigers en zorgverzekeraars. Daarnaast zijn vertegenwoordigers aanwezig van centra voor thuisbeademing, verpleeg- en verzorgingsinstellingen en de overheid.

Bron: VSN

30 March 2007
By on 13:39
Nieuws v/h 17e Internationale ALS-Symposium

Van 30 november t/m 2 december 2006 werd in Yokohama in Japan het 17e internationale ALS symposium gehouden. Van over de hele wereld kwamen onderzoekers, hulpverleners, patixebnten en mantelzorgers bij elkaar. Tijdens diverse parallelsessies (basale wetenschap en zorg) werden verschillende onderwerpen en onderzoeken besproken. Na de presentaties konden vragen gesteld worden en ervaringen gedeeld worden.

Hieronder volgen nog een paar uitwerkingen van interessante voordrachten betreffende de zorg rond ALS.

In Denemarken wordt de zorg voor ALS-patixebnten door een multidisciplinair team in ziekenhuizen gegeven en door personeel van het nationale revalidatiecentrum voor spierdystrofie. Het personeel bezoekt de patixebnten thuis om vast te stellen wat de patixebnten en de mantelzorgers nodig hebben. Binnen een jaar na de diagnose worden de ALS-patixebnten en de mantelzorgers uitgenodigd voor een weekendcursus. Tijdens de cursus worden de medische, psychische en sociale aspecten van de ziekte behandeld. Gedurende de cursus ontmoeten de patixebnten en mantelzorgers elkaar in kleine groepen en kunnen zij ervaringen uitwisselen. Ervaring wees uit dat de groep een homogene samenstelling moet hebben wat betreft voortgang van de ziekte, leeftijd en sociale achtergrond om ervoor te zorgen de uitwisseling van ervaringen zo zinvol mogelijk was.

Dr. Rosenfeld heeft in het Carolinas Medical Center in Amerika bij 3 ALS-patixebnten met een verminderde longfunctie door middel van een chirurgische ingreep een phrenic nerve
(middenrifzenuw) pacemaker ingebracht. Een kastje werd gexefmplanteerd in het bovenste gedeelte van de borst en verbonden met elektrodes die rond de middenrifzenuw waren geplaatst. Bij 2 van de 3 patixebnten verbeterde binnen 48 uur na start van de stimulatie van de middenrifzenuw de kwaliteit van leven, de longfunctie en de vitale capaciteit. Verder hoefden de patixebnten dagelijks minder gebruik te maken van de neuskapbeademing.
Dit kan een interessante techniek zijn en wij zien uit naar de uitkomsten van het vervolgonderzoek.

Resultaten van middenrifstimulatie werden gepresenteerd door dr. Onders uit het Case Medical Center in Cleveland (Amerika). Door middel van een kijkoperatie werden bij 8 patixebnten met ALS, 2 elektrodes gexefmplanteerd bij de middenrifzenuw. Na de operatie werd het middenrif 5 x daags 30 minuten gestimuleerd. Bij deze behandelwijze werd de middenrifzenuw gestimuleerd met een uitwendig apparaat. Bij de patixebnten verbeterden de longfunctie. Door de stimulatie neemt de beweging van het middenrif toe. De nachtelijke ademhaling kan verbeteren met dit stimulatieapparaat en zou de kans op longontstekingen kunnen verminderen. Verder onderzoek is nodig om de veiligheid en toepasbaarheid van deze techniek als ademhalingsondersteuning voor ALS-patixebnten in kaart te brengen

Uit eerder onderzoek (in de periode 1994-1998) bleek dat 1 op de 5 patixebnten met ALS in Nederland door euthanasie of hulp bij zelfdoding overleed. De keuze voor euthanasie of hulp bij zelfdoding werd niet geassocieerd met ziekte of zorg gerelateerde kenmerken, inkomen of opleidingsniveau van de patixebnten.
Dr. Veldink uit het UMC in Utrecht heeft een voordracht gehouden over een vervolgonderzoek. Er werd onderzocht hoe vaak patixebnten met ALS in Nederland tussen 2000 en 2005 kozen voor euthanasie of hulp bij zelfdoding en waarom patixebnten hiervoor kozen. Door middel van vragenlijsten die door artsen en partners van patixebnten werden ingevuld, bleek dat er geen stijging werd geconstateerd van het aantal gevallen van euthanasie of hulp bij zelfdoding. Verder had de kwaliteit van de zorg of de kwaliteit van leven, symptomen van de ziekte, het wel of niet voorkomen van depressie geen relatie tot deze keuze. De belangrijkste reden voor euthanasie was ernstige vermoeidheid, verlies van waardigheid en afhankelijkheid.

Gegevens van de onderzoeken bij mantelzorgers van patixebnten met dementie vertonen overeenkomsten met de zorgverleners van ALS-patixebnten. Dit onderzoek werd gepresenteerd door J. Oyenbode werkzaam bij Health Trust, Birmingham UK.
Het blijkt dat voor patixebnten het welbevinden van mantelzorgers van groot belang is. Voor de medewerkers in de gezondheidszorg is het belangrijk om zich te realiseren hoe groot de impact van de ziekte op de familie en omgeving van de patixebnt is. Mantelzorgers hebben ook ondersteuning en zorg nodig. Tijdens het ziektebeloop verandert de verhouding tussen de patixebnt en de mantelzorger. De patixebnt wordt steeds meer afhankelijk en de partner wordt een mantelzorger. De ondersteuning en verantwoordelijkheid kan bij de mantelzorger stress tot gevolg hebben.
Dit heeft niet direct te maken met de hoeveelheid praktische hulp die de mantelzorger geeft maar wordt ook bexefnvloed door andere factoren.
Aan de hand van het stressproces model volgens Pearlin worden die factoren uitgelegd.

1. Kwaliteit van de relatie van de patixebnt met de mantelzorger voor de ziekte.
2. Stress als direct gevolg van de ziekte van de patixebnt. Bijvoorbeeld verbroken nachtrust, het tillen van de patixebnt of communicatiestoornissen.
3. Spanning op andere gebieden van het leven van een mantelzorger.
x95 Bijvoorbeeld beperking van de vrijheid, tijd en energie.
x95 Effecten op werk en sociale leven.
x95 Reacties van de omgeving.
4. Persoonlijke gevoelens. Bijvoorbeeld verdriet, woede, schuldgevoel, angst of eenzaamheid.
5. Belangenbehartiging. Bijvoorbeeld de mate van ondersteuning van de omgeving en de persoonlijke manier waarop de mantelzorgers omgaan met stress.

Onderzoek heeft uitgewezen dat het vaststellen van bovenstaande specifieke risico’s en copingstrategiexebn voor mantelzorgers van patixebnten met dementie, ook gebruikt kan worden voor de begeleiding van de mantelzorgers van patixebnten met ALS.
Het vaststellen van bovenstaande factoren kan helpen om de mantelzorgers goed te begeleiden.
De succesfactoren bij de begeleiding van de mantelzorgers zijn:
x95 Dat de begeleiding niet alleen aan de mantelzorger, maar ook aan de patixebnt wordt gegeven.
x95 De begeleiding moet intensief zijn.
x95 De begeleiding moet op de patixebnt zijn afgestemd.

bron VSN

13 March 2007
By on 05:49
Nieuwsbrief ‘Trap ALS de wereld uit’

http://www.stichting-als.nl/images/stories/extra%20nieuwsbrief.pdf

2 March 2007
By on 19:17
Nieuwsbrief mei 2006

http://www.stichting-als.nl/images/stories/nieuwsbrief1-2006.pdf


By on 19:15
Nieuwsbrief december 2005

http://www.stichting-als.nl/images/stories/alsnieuwsbriefdef.pdf


By on 19:11
Nieuws over de natriumvalproaat studie

De afgelopen twee jaar is er door het ALS Centrum Nederland een belangrijk onderzoek uitgevoerd naar de veiligheid en werkzaamheid van natriumvalproaat bij patixebnten met ALS. De uitkomst van dit onderzoek is nu bekend geworden. Helaas blijkt dat natriumvalproaat geen effect heeft op het beloop van ALS. Er kon geen verschil worden aangetoond tussen de groep patixebnten die placebo capsules gebruikten en de groep patixebnten die natriumvalproaat capsules gebruikten. Dit resultaat is natuurlijk voor iedereen een grote teleurstelling.

Achtergrond van de studie
Natriumvalproaat is een medicijn dat al vele jaren gebruikt wordt door patixebnten met epilepsie. Het werd nog niet eerder onderzocht bij patixebnten met ALS. Toen uit laboratorium onderzoek bleek dat door gebruik van natriumvalproaat de aanwezigheid van een lichaamseigen eiwit, het survival motor neuron eiwit (SMN) toeneemt, leek natriumvalproaat een kansrijk medicijn bij ALS. Bij ALS lijkt er namelijk een verband te bestaan tussen de hoeveelheid die de mens van dit SMN eiwit bij zich draagt en het ziektebeloop. Een grotere hoeveelheid van dit eiwit zou het ziektebeloop gunstig kunnen bexefnvloeden. Dit onderzoek richtte zich op de vraag of natriumvalproaat in staat was het ziektebeloop gunstig te bexefnvloeden door toename van het SMN eiwit en door andere beschermende eigenschappen.

Opzet van de studie – Sequentixeble onderzoeksopzet
In april 2005 werd er in het UMC Utrecht met de studie gestart. Later zijn daar ook het AMC in Amsterdam en het UMC St. Radboud in Nijmegen bijgekomen. Patixebnten met de diagnose ALS, die voldeden aan de inclusiecriteria, konden deelnemen aan de studie. Alle patixebnten bezochten elke vier maanden de polikliniek neurologie van het UMC Utrecht, het AMC in Amsterdam of het UMC St. Radboud in Nijmegen. De studie werd dubbelblind en placebo-gecontroleerd uitgevoerd. Placebo-gecontroleerd wil zeggen dat de werking van natriumvalproaat werd vergeleken met een placebo, een nepmedicijn. De onderzoekers en de deelnemende patixebnten waren niet op de hoogte welke patixebnt placebo en welke patixebnt natriumvalproaat gebruikte (dubbelblind). De analyse van de gegevens die uit de trial voortkwamen werd verricht volgens een sequentieel model. Dit wil zeggen dat er heel regelmatig een analyse werd uitgevoerd volgens een wiskundig model door een onafhankelijke statisticus. Hierbij werd dan berekend of er op basis van de gegevens die werden verzameld een verschil was ontstaan tussen de twee behandelgroepen of, dat er duidelijk werd dat er nooit meer een verschil tussen de twee behandelgroepen zou ontstaan. Helaas is de laatste mogelijkheid – er is geen verschil in het ziektebeloop tussen de twee behandelgroepen – van toepassing op deze studie.

Belang van de studie
De negatieve uitkomst van de studie is natuurlijk een grote teleurstelling voor alle ALS patixebnten en voor de onderzoekers. Toch is deze studie van groot belang: Ten eerste hebben er zo veel ALS patixebnten deelgenomen aan de studie en ten tweede was de opzet van de studie zo gekozen, dat er werd voldaan aan alle internationale criteria die gelden voor de uitvoering van betrouwbaar en degelijk onderzoek. Alleen op deze manier kon er een belangrijke vraag op het gebied van de behandeling van ALS patixebnten worden beantwoord.

Tot slot
De onderzoekers van het ALS Centrum Nederland willen alle patixebnten en hun naasten heel hartelijk bedanken voor de moeite die ze hebben genomen, om ondanks hun ernstige ziekte, de studiemedicatie te gebruiken en de polikliniek neurologie te bezoeken. De deelname van zo veel mensen met ALS, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek naar een betere behandeling voor mensen met ALS. Het ALS Centrum Nederland zal zich hiervoor ook in de toekomst onverminderd blijven inzetten.


By on 19:02
Nieuws van het 17e Internationale ALS Symposium

In december zijn ongeveer 500 onderzoekers en hulpverleners vanuit de hele wereld weer bij elkaar gekomen voor het jaarlijkse congres over ALS en aanverwante aandoeningen. Ook het ALS-Centrum Nederland was vertegenwoordigd, en zelfs nadrukkelijk aanwezig met diverse presentaties van resultaten van eigen onderzoek.

De belangrijkste onderwerpen van het congres worden hieronder toegelicht.

Het congres begon eigenlijk al op woensdag 29 november, met bijeenkomsten van internationale werkgroepen. De eerste betrof de oprichting van een zogenaamde "MALS taskforce" die zich tot doel stelt om binnen 2 jaar een internationaal opgestelde en goedgekeurde beschrijving van de behandeling van ALS op te stellen en uit te dragen naar alle behandelaars. Er blijken nog teveel verschillen te zijn tussen landen en ook tussen regio’s binnen landen. Niet alle patixebnten met ALS lijken op dit moment de optimale zorg te ontvangen en dat moet veranderen. De "taskforce" is op dit moment nog klein, en zal de eerste concrete voorbereidingen doen. De groep bestaat uit onderzoekers uit de VS, Scandinavixeb, Servixeb, Engeland, en Nederland.

Ook op woensdag werd de stand van zaken rond nieuwe geneesmiddelen-onderzoeken (trials) gepresenteerd. Kort geleden heeft er een grote screening plaatsgevonden van veel geneesmiddelen in laboratorium-modellen van de ziekte ALS (door het zogenaamde NINDS Neurodegeneration Drug Screening Consortium in de VS). Ceftriaxone kwam daaruit naar voren als een interessante stof die mogelijk zenuwcellen kan beschermen. Ceftriaxone is een antibioticum dat veel wordt toegepast bij hersenvliesontsteking, en kan alleen via de bloedbaan worden toegediend. Dit onderzoek is net begonnen in de VS en zal in de loop van komend jaar afgerond zijn.
Ook werden de voorlopige resultaten van een Ubiquinon (Q10) trial gepresenteerd. Dit onderzoek is nog gaande, en er zijn reeds 105 patixebnten behandeld met 2 doseringen (800 mg en 2700 mg), maar tot op heden zijn hiervan geen positieve resultaten bekend. Ook de trial met Pramipexole werd genoemd, maar ook deze is nog in volle gang in de VS.

Donderdag 30 november startte het symposium en als eerste werden studies gepresenteerd die gebruik hadden gemaakt van moderne technologie ("chips") om in het bloed van patixebnten en in het ruggenmerg van ALS-muizen te bepalen welke stoffen afwijkend zijn. Deze onderzoeken werden uitgevoerd in Japan (dr. Fanaka), Engeland (dr. Ferraiuolo), de VS (dr. Wiedau-Pazas) en Nederland (dr. Van den Berg). De belangrijkste resultaten zijn, dat van een aantal stoffen het nu zeer aannemelijk is dat deze bijdragen aan de oorzaak van ALS. Alle onderzoekers realiseren zich dat er niet 1 oorzaak voor de ziekte is, maar een complexe, meervoudige. Deze stoffen zijn veelal eiwitten waarvan de functie vaak nog niet geheel duidelijk is, maar vervolgonderzoek kan daar snel een antwoord op geven.
Tevens waren er twee extra ingelast presentaties van twee onderzoeksgroepen (Dr. Dunckley en dr. Traynor, beide uit de VS) die beide een zogenaamde "Whole genome scan" hadden verricht bij ALS. Deze onderzoeken hebben ook met "chips" gekeken welke stukken in het genetisch materiaal van patixebnten met ALS anders zijn dan die van gezonde mensen. De eerste studie had helaas het materiaal van een aantal patixebnten bij elkaar op 1 chip geanalyseerd (goedkoper) wat de betrouwbaarheid van het onderzoek niet ten goede komt. Desondanks zijn met deze twee studies weer een aantal eitwitten aangewezen die kandidaat zijn voor verdere studies. Zo lijken eiwitten betrokken te zijn bij ALS die de "plakkerigheid" bepalen tussen zenuwcellen en spieren. Verder lijken eiwitten betrokken die het "geraamte" vormen van zenuwcellen.

Ook werden resultaten getoond van onderzoek waaruit bleek dat het afwijkende gen dat het meest wordt gevonden bij de erfelijke vorm van ALS (het SOD1 gen), wordt uitgescheiden door zenuwcellen en daarmee andere cellen direct beschadigd, met name door een ontstekingsreactie te veroorzaken rond de zenuwcellen. Mogelijk dat vaccinatie tegen dit SOD1 voor de patixebnten die deze afwijking hebben een therapie zou kunnen zijn. Dit wordt nu verder onderzocht.

Op vrijdag 1 december werden de resultaten getoond van studie bij ALS muizen waarbij zogenaamde "groeifactoren" werden toegediend die de ziekte deden vertragen. Aan de toepassing van dit soort therapieen bij mensen kleeft nog een aantal, met name gevaarlijke, nadelen, maar die worden nu verder onderzocht.

Op zaterdag 2 december werden diverse onderzoeken uit diverse landen gepresenteerd die allemaal in dezelfde richting wijzen: steuncellen in het centraal zenuwstelsel (de zogenaamde microglia, betrokken bij ontsteking en opruiming in het zenuwstelsel, en astrocyten) zijn zeer belangrijk voor de snelheid van achteruitgang van de ziekte ALS. Het begint er steeds meer op te lijken dat de ziekte begint in de zenuwcellen (en niet in de spieren zoals ook nog wel eens wordt verondersteld), en dat daarna afwijkingen in de steuncellen ontstaan die verantwoordelijk zijn voor de verdere achteruitgang. Therapiexebn die gericht zijn op deze steuncellen, kunnen mogelijk de ziekte ALS fors vertragen. Hier zal meer onderzoek naar gedaan worden.

Tot slot werd nog 1 afgerond geneesmiddelen-onderzoek gepresenteerd door dr. Cudkowicz uit de VS, namelijk het mogelijke effect van "Arimoclomol" bij ALS. Deze stof zorgt ervoor dat eiwitten in het lichaam beter "opgevouwen" worden. Het is bekend dat bepaalde eiwitten bij patixebnten met ALS niet goed opgevouwen worden en daardoor samenklonteren en de zenuwcel beschadigen. Dit stofje had ook eerder al een gunstig effect bij de muis met ALS. Aan deze studie hadden 84 patixebnten meegedaan die of placebo kregen of een dosering van het medicijn. De uitkomsten waren dat er geen (ernstige) bijwerkingen waren, maar ook geen effecten op het vertragen van de ziekte. Aangezien het om een kleine studie ging, die met name de veiligheid probeerde in te schatten, start nu een grotere studie in de VS met dit middel.

Kort samengevat zijn er veel nieuwe ontwikkelingen gaande, maar helaas geen concrete nieuwe medicijnen of behandelingen te presenteren. De verwachting is dat volgend jaar, wanneer het congres in Toronto in Canada is, er een boordevol programma zal zijn met de resultaten van afgeronde trials en studies die mbv moderne technologie naar nieuwe eiwitten kijken als mogelijk oorzaak van ALS. Zie voor meer informatie over het symposium ook www.mndassociation.org en www.alsa.org.


By on 18:58
Spier-echo onderzoek bij ALS

De snelheid waarmee het ziekteproces bij ALS verloopt is niet eenvoudig vast te stellen.

Toch is de snelheid waarmee de kracht in de spieren afneemt van groot belang voor de prognose en om het effect van nieuwe medicijnen te kunnen beoordelen. Het ALS Centrum doet onderzoek naar verschillende methodes die op een weinig belastende manier het beloop van de ziekte kunnen meten. In deze studie richten we ons op het spierecho onderzoek.
Met spierecho onderzoek kan de spierdikte van verschillende spieren zeer nauwkeurig, pijnloos en relatief snel worden gemeten. In deze studie krijgen patixebnten met ALS, een keer per 6 weken gedurende een half jaar, een spierecho onderzoek.

Meer informatie over dit onderzoek kunt u hier vinden. Als u zich wilt aanmelden voor dit onderzoek, kunt u uw mailen naar: alsteam@umcn.nl


By on 18:55
Speekselvloed bij ALS

Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van lokale radiotherapie op speekselklieren versus botuline toxine injectie in de speekselklieren bij patixebnten met hinderlijke overmatige speekselvloed ten gevolge van de ziekte ALS.

Door de ziekte ALS krijgen sommige patixebnten last van hinderlijke en overmatige speekselvloed. Deze klachten kunnen op meerdere manieren worden behandeld. Bepaalde medicijnen kunnen deze overmatige speekselvloed tegengaan maar deze medicijnen gaan soms gepaard met relatief veel bijwerkingen terwijl het effect ervan vaak tegenvalt.
Bestraling (= radiotherapie) van de speekselklieren is een behandeling die goed resultaat geeft met relatief weinig en kortdurende bijwerkingen. Een andere behandeling die de laatste jaren effectief is gebleken is injectie met botuline toxine (ook wel Dysportxe2 genoemd) in de speekselklieren. Deze behandeling heeft eveneens weinig bijwerkingen.
Het doel van dit onderzoek is om uit te vinden welke behandeling (lokale bestraling van de speekselklieren of botuline injecties in de speekselklieren) het beste resultaat en de minste bijwerkingen geeft bij overmatige speekselvloed ten gevolge van de ziekte ALS.

Meer informatie over dit onderzoek kunt u hier vinden. Als u zich aan wilt melden voor dit onderzoek, kunt u contact opnemen met: alsteam@umcn.nl


By on 18:53
Van menselijke stamcellen tot neuronen bij rat
Transplantaten van menselijke stamcellen groeien uit tot neuronen en hechten zich in het ruggenmerg van de rat.

Menselijke zenuwproducerende stamcellen, die getransplanteerd waren in het beschadigde ruggenmerg van ratten, zijn in leven gebleven, gegroeid en zijn in sommige gevallen aangehecht aan de eigen ruggenmergcellen van de rat. Dit gebeurde in een onderzoekslaboratorium van Packard en bracht de lang bestaande overtuiging, dat ruggenmerg geen zenuwherstel toelaat, ten val.

Een rapport over de experimenten zal deze week online gepubliceerd worden bij PLoS Medicine, een peer-reviewed online wetenschappelijk tijdschrift. Het werk x93vestigt een nieuwe doctrine voor regeneratieve neurowetenschapx94, zegt Vassilis Koliatsos, M.D., en ook medeprofessor van de afdeling neuropathology in Johns Hopkins.

x93Het toont aan dat het ruggenmerg, een deel van het zenuwstelsel dat onbekwaam geacht werd om zichzelf te herstellen, de ontwikkeling van getransplanteerde cellen kan stimuleren,x94 voegt hij toe.

x93We weten nog niet of de connecties die we gezien hebben zenuwsignalen kunnen doorgeven tot op zox92n niveau dat men een rat terug zou doen kunnen lopen,x94 zegt hij.

x93We zijn nog in de proeffase, maar we boeken vooruitgang en we zijn gestimuleerd.x94

In haar experimenten bezorgde het team van Koliatsos aan verdoofde ratten een aantal uiteenlopende ruggenmergletsels, die in staat zijn om motorneuronen te beschadigen of te vernietigen. Bij wijze van onderzoek, voerden ze nepoperaties uit. De gevarieerde experimentele criteria toonden aan dat de aan- of afwezigheid van ruggenmergletsels een effect had op het overleven en het groeien van menselijke stamcel transplantaten.

Twee weken na de gevarieerde ingrepen werden menselijke zenuwstamcellen gexefnjecteerd in de linkerkant van het ruggenmerg van elke rat.

Na zes maanden trof het team meer dan 3 keer zoveel menselijke cellen aan in het beschadigde ruggenmerg, dan ze gexefnjecteerd hadden. Dit wijst erop dat de getransplanteerde cellen niet enkel overleefden, maar zich ook minstens 2 maal opsplitsten om zo meer cellen te vormen.

Daarenboven, zegt Koliatsos, ontwikkelen de cellen zich niet enkel in de zone rond de oorspronkelijke injectie, maar migreerden ze ook over een veel grotere ruggenmergzone.

Drie maanden na de injectie vonden de onderzoekers het bewijs dat sommige van de getransplanteerde cellen zich ontwikkeld hadden in support cellen, x93gliacellenx94, veeleer dan in zenuwcellen, alhoewel de meerderheid zich ontwikkelde tot volgroeide zenuwcellen.

Bij onderzoek onder krachtige microscopen leken de zenuwcellen contact gemaakt te hebben met de eigen ruggenmergcellen van de rat.

Het onderzoek werd gefinancierd door het Robert Packard Center voor ALS onderzoek bij Johns Hopkins, het Nationaal Instituut voor Neurologische Stoornissen en Beroertes, en de Vereniging voor Musculaire Dystrofie. Auteurs van de verhandeling zijn Jun Yan, Leyan Xu, Annie M. Welsh, Glen Hatfield en Koliatsos, allen van Johns Hopkins, en Thomas Hazel en Karl Johe van Neuralstem van Rockville, Md.

Bron: www.alscenter.org

Vertaling: Joke Mulleners


By on 18:41